In de tentoonstelling Wat is Nederland schetst curator Stephan Petermann (AMO, de onderzoekscomponent van architectenbureau OMA) een overzicht van 14 Nederlandse bijdragen aan de Wereldtentoonstellingen sinds 1910. De onderling verschillende paviljoens worden door AMO omgezet in een serie maquettes, uitgevoerd op gelijke schaal, waardoor er voor het eerst een overzicht ontstaat en een nieuwe analyse mogelijk wordt. Steeds valt op met hoeveel inzet Nederland zichzelf voor het voetlicht plaatst. Van de presentaties in de paviljoens zijn hoogtepunten te zien: zo wordt een muurschildering van Karel Appel opnieuw uitgevoerd en staan er uit opeenvolgende paviljoens verschillende stoelen opgesteld, waarmee opvallende ontwikkelingen in het Nederlandse ontwerpveld zichtbaar worden gemaakt: van Michel de Klerk tot Maarten Baas. 

Kapitalisme en lyriek

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk beschreef de Wereldtentoonstelling als een plek waar twee extremen elkaar aanraken: kapitalisme en lyriek. In een bijzondere coalitie werken politici, bedrijfsleven en ontwerpers aan de ontwikkeling van paviljoens en presentaties waarin het zelfbeeld van een land wordt vastgelegd. Daarmee wordt een blik in de spiegel geboden, maar komt ook steeds weer tot uitdrukking hoe en vanuit welke ambities er naar een toekomstig stadium van innovatie wordt gekeken.Wat is Nederland toont ruim honderd jaar dialoog tussen moderniteit en nationaliteit, economie en cultuur, handelsbelangen en speculatie over de toekomst. Hoewel steeds hetzelfde land in beeld wordt gebracht, zijn de onderlinge verschillen groot. Soms waren de inzendingen diepgaand en exotisch, dan weer bescheiden en ingetogen, experimenteel of ronduit grappig, maar iedere keer opnieuw de enig mogelijke uitdrukking van Nederland. De tentoonstelling Wat is Nederland is voor een belangrijk deel gebaseerd op het onderzoek dat Marie-Thérèse van Thoor deed naar de Nederlandse bijdragen aan de Wereldtentoonstelling van 1910 tot 1958.

Wereldtentoonstelling

Van oudsher komen in de massaal bezochte Wereldtentoonstellingen sterk uiteenlopende ambities samen, waarbij boven alle verschillen uit het geloof in vooruitgang overheerst. Op de meest spectaculaire wijzen hebben de evenementen - die iconische bouwwerken als de Eiffeltoren in Parijs en het Atomium in Brussel opleverden - telkens een toekomstbeeld gepresenteerd waarin technologische innovatie het onbereikbare dichterbij bracht. Het vermogen van ontwerpers om het ongeziene in beeld te vangen, is voor Het Nieuwe Instituut een belangrijke drijfveer voor het ontwikkelen van een uitgebreid programma rond het thema van de Wereldtentoonstelling. Waarbij ook gekeken wordt naar de toekomst van de Wereldtentoonstelling zelf.